Interview met Ger Thijs

28/05/2012

Vorig jaar verscheen de bundel Max Havelaar Academie. UvA Erfgoedlab 2010. Daarin staat een interview van mij met toneelschrijver Ger Thijs over zijn theaterbewerking van de roman Max Havelaar. Volgens mij is het interessant genoeg om op het internet te plaatsen.

De kunst van het bewerken
Een interview met Ger Thijs

Hij had net in de tram gezeten, kijkend naar een huilend meisje. Niemand reageerde. “Dat is nu precies waar het om gaat in de kunst. De onverschilligheid bevechten. Mensen moeten af en toe in hun buik geschopt worden, alert blijven. Je wijst mensen op het ongeluk en daarmee op hun geluk.” Ger Thijs is een grote naam in het Nederlandse theater. Hij acteerde, was artistiek directeur van het Nationale Toneel en hij schrijft toneelstukken en bewerkt romans. Thijs is een statige, maar uiterst vriendelijke man. Na ons eerste gesprek zegt hij: “Ik loop nog een eindje met je op. Trouwens, je moet echt een boekje van Milan Kundera lezen. Dat gaat over bewerkingen. Kom, hoe heet dat nou?”
Drie weken later ontmoet ik Ger Thijs opnieuw, ditmaal om hem voor publiek te interviewen over zijn toneelbewerking van Max Havelaar uit 2005. Dat ‘boekje’, Jacques en zijn Meester. Hommage aan Denis Diderot, heb ik in de tussentijd gelezen en vormt de leidraad voor het gesprek.

Kundera stelt dat een bewerking van een kunstwerk nooit een imitatie moet zijn, maar altijd een ontmoeting tussen twee kunstenaars, twee tijden en, in dit geval, ook tussen twee kunstvormen. Als we kijken naar die eerste ontmoeting, waarom wilde u een bewerking van dit boek maken?
“Bewondering is het begin. Het is een prachtig boek. Stilistisch ijzersterk en ook als pamflet heel krachtig. Het feit dat het een boek is dat de Nederlandse politiek veranderd heeft, is ook iets buitengewoons. Kunst die iets laat gebeuren. De dichter W.H. Auden schreef ‘Poetry makes nothing happen’. Mooi wel!
En Droogstoppel is natuurlijk een mooie figuur. Toen ik de film van Fons Rademakers zag, dacht ik: wat laat je veel liggen. Droogstoppel wordt daarin helemaal weggepoetst ten gunste van Havelaar. Terwijl, en dat vindt toch bijna iedereen, de Droogstoppelscène aan het begin de mooiste van het hele boek is. Dus ik dacht: ik wil die man op het toneel zien en hem die beroemde openingszinnen horen zeggen. Het stuk is daarmee ook enigszins een antwoord op de film.”

Uw bewerking is dus evenwichtiger dan de film, maar op welk punt wint de bewerking het van het boek?
“Mijn bewerking nuanceert Havelaar. Als je het boek leest, zie je dat Douwes Dekker op dat kamertje in Brussel alle personages Havelaar, waar hij zichzelf mee identificeert, laat verheerlijken. Logisch, want hij was smadelijk uit Indië weggejaagd. De kunst moest hem nu rehabiliteren. Dus schrijft hij in de trant van ‘O, Max, mijn held, wat ben je toch goed. En wat ben je toch eerlijk’. Die zelfbewieroking relativeer ik door er een toneelfiguur van te maken. Want eerlijk gezegd begon het me behoorlijk te irriteren.
Die heldenrol is Douwes Dekker overigens blijven spelen na de publicatie van het boek. De manier waarop hij zijn vrouw bedroog met een legertje vrouwen bijvoorbeeld. En hij wilde geen onafhankelijkheid van Indië, welnee, hij wilde keizer van dat land worden! Hij zei bij wijze van spreken: ‘maak mij keizer, dan zal ik zorgen dat het beter gaat met die zwartjes daar’. Maar het zou niet bij hem opkomen om door democratisering Indië aan de Indiërs terug te geven.”

De tweede ontmoeting van Kundera is die van de twee tijden. Kunnen wij in deze tijd nog omgaan met helden als Havelaar?
“Multatuli had als jongen een lievelingsboek: Les Mystères de Paris van Eugène Sue. De hoofdfiguur is een soort superman, iemand van adel die zich ’s nachts verkleedt en dan de sloppen van Parijs ingaat en goede werken verricht. Zo’n held wilde hij zelf ook zijn, dus maakt hij van Havelaar ook een superman. Voor ons nu is dat een ondraaglijk personage. Daarom is het boek vaak moeizaam te lezen. Maar je vergeeft hem veel, omdat hij zo direct is. Zijn ziel ligt op de pagina’s.
Multatuli heeft alle trekken van wat we een querulant noemen, iemand die situaties op de spits drijft. Hij lokt het uit dat mensen zeggen ‘en nu ga je eruit’, zodat hij daarna kan zeggen ‘zie je wel, niemand houdt van me’. Dat is een karaktertrek die heel vervelend kan zijn.”

Wat maakt dan dat veel mensen het boek en Multatuli geweldig vinden?
“Er zullen ongetwijfeld vele dikke pillen bij uitgevers binnenkomen van mensen die hun recht willen halen, maar die boeken zijn vreselijk. Het prachtige van de Max Havelaar is, dat de ruziezoeker die dat geschreven heeft, prachtig schrijven kon en een groot stilist was. Verder is het heel bijzonder dat het boek niet geschreven is omdat Multatuli een beroemd schrijver wilde worden. Het was alleen maar een middel om gehoord te worden. Daarna is er weinig samenhangends meer uit zijn pen gekomen. Hij ging artikelen schrijven over roulette en losse ideeën publiceren.
Hij heeft ons reliëf gegeven met dat boek dat steeds uit zijn band springt van oprechte woede. Het is een scherpe kijk op ons land, zoals alleen iemand kan geven die van verre komt. Dat hele Nederlands-Indië gaf ons trouwens reliëf. De literatuur die uit dat koloniale bezit is voortgekomen, heeft een diepte die we hier node missen. Zonder Indië zouden het allemaal alleen maar De avonden en Achter groene horren geweest zijn, nietwaar?”

Over de laatste ontmoeting, die van de twee kunstvormen: wat heeft u moeten veranderen om een goede toneelbewerking te kunnen maken?
“De belangrijkste beslissing was om van Droogstoppel het centrale personage te maken. Daarom krijgt hij ook het laatste woord. Ik heb zijn verhaal rondgemaakt, waar hij bij Multatuli gaandeweg uit het boek verdwijnt. Verder heb je in de Max Havelaar maar één stem en dat is die prekende meneer. Wat ik dus moest doen is een soort antagonist creëren. Mijn truc was om de Duitse student Stern te vervangen door Sjaalman (het alter ego van Multatuli zelf, PN), die dan in dienst treedt bij Droogstoppel. Zo kon ik ze tegenover elkaar plaatsen. Tenslotte had ik het idee om de Indische passages, die in het boek op zondagmiddag in huiselijke kring worden voorgelezen, om te zetten in scènes. Langzamerhand worden die Indische scènes, die tussen de schuifdeuren worden gespeeld, steeds belangrijker in het stuk en lopen de twee locaties door elkaar heen.”

Wat zijn de gevolgen van die veranderingen?
“Je krijgt een Tartuffe-situatie: Sjaalman neemt langzamerhand de macht over in dat gezin, omdat hij door het schrijven van het boek en het spelen van de scènes een soort goeroe wordt, vooral voor de kinderen. Je sympathie verschuift ook. In het begin denk je van Droogstoppel: wat een vreselijke man, maar als de boel uit de klauwen gaat lopen, ga je je toch meer met hem identificeren. Terwijl je bij Sjaalman, die in de Indische scènes Havelaar vertokt, juist last krijgt van die gelijkhebberigheid.”

Is toneel de beste vorm om dit verhaal te vertellen?
“Nee. Of ja, wel om het verhaal van Droogstoppel te vertellen. Toneel is een burgerlijke kunst, dus de burgerman komt er goed vanaf. Maar de kracht van het pamflet kan je niet uitbeelden op de bühne, want Multatuli duwt de fictie opzij. Hij zegt ‘nu weg met al die figuren waarin ik me verkleed, ikzelf kom mijn aanklacht doen’. Dat kan je op het toneel natuurlijk niet doen. Zelfs als je van Multatuli zelf een personage zou maken, zou het nog steeds een acteur zijn die de rol vertolkt. Hij is het niet zelf, zoals in het boek. Wat dat betreft – en dat is maar goed ook – kan je de kracht van het boek alleen maar benaderen. Je vertelt het op een aardige manier na.”

Patrick Nederkoorn, ‘De kunst van het bewerken. Een interview met Ger Thijs’, in: Gijsbert van Es e.a., Max Havelaar Academie. UvA Erfgoedlab 2010, Amersfoort: 2011, p. 76-79.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: