Column: Vogelvrij gedacht

20/10/2012

Als ik naar de beelden kijk van twee inbrekers die met hun rugtassen de Rotterdamse Kunsthal verlaten, dan denk ik toch direct: dat zijn geen criminelen, maar liefhebbers. Dat zijn twee mannen die elkaar hebben leren kennen bij de Waterloo Bridge in Londen. En nu, jaren later, hebben ze met plakfolie het slaapkamerraam van hun gallerijflat dichtgemaakt, zodat ze elke avond onbespied en met een goed glas wijn naar het schilderij kunnen kijken dat Monet van hún brug gemaakt heeft. Als ik lees over het rapport van USADA, dan vertel ik mezelf dat Lance niet aan liefdadigheid deed om zijn dopinggebruik te maskeren, maar dat hij doping gebruikte om zieke mensen die in hem een voorbeeld zagen moed te geven. En als ik bij Collegetour hoor dat Willem Holleeder regelmatig naar de kerk gaat, dan zie ik voor me hoe hij in de jaren negentig op een mooie Pinksterdag een keer een half miljoen gulden cash in de collectezak deed, omdat hij de diaconie zo’n warm hart toedraagt.
Natuurlijk, ik weet dat het allemaal niet zo is, maar het maakt het nieuws zoveel draaglijker.

Afgelopen week werd er in Berlijn een lijkwagen gestolen met twaalf menselijke overschotten erin. De politie vermoedt dat de dader de auto wil verkopen op de zwarte markt in Polen, maar niet wist wat er allemaal in de kofferbak lag. In eerste instantie vraag je je natuurlijk af hoe ze in ’s hemelsnaam twaalf kisten in één lijkwagen krijgen. Ik heb weleens met vijf man op de achterbank van een Fiat Uno gezeten, maar op de een of andere manier stel ik me de rit naar mijn laatste rustplaats toch comfortabeler voor.
Maar daarna denk ik gelijk aan de dief. Vast en zeker een zachtaardige man die bij het ontdekken van de extra buit schuldbewust denkt: ‘tsja, dat is het inbrekersrisico.’ Ik zie hem naar een donker bos rijden waar hij eigenhandig twaalf kuilen graaft. Daarna opent hij voorzichtig de kisten en kijkt indringend naar de overledenen. ‘Deze zou weleens Janosch kunnen heten. Janosch Brumund. En dit, tsja, typisch een Helmut Rosenbaum.’ Dan kerft hij de namen op geimproviseerde kruisjes en plaats ze bij de graven. Hij prevelt het Poolse Onze Vader, gooit de kuilen dicht en dan pas rijdt hij naar de automarkt waar hij de lijkwagen aan de verkoper met het liefste gezicht verkoopt.

Keer op keer vertel ik mezelf dat het onzin is. Maar toch. Na iedere misdaad ben ik opgelucht dat dit soort gedachtes door niemand kunnen worden ontvreemd.

20-10-2012
cabaret.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: